Af en toe, zoals nu net, lees ik De Klein Prins eens, prachtig kinderboekje dat stiekem helemaal geen kinderboekje is maar een verhaal voor volwassen waarin allerlei belangrijke levenslessen liggen verscholen. En cruciale levensvragen, zoals 'waarom hebben bloemen doornen als ze tóch door schapen worden opgegeten?'.
Ook staan er waarheden in, over waarom mensen dronken worden, alsmaar meer geld willen of ijdel zijn. En waarom volwassenen de dingen doen die ze doen (volgens de lantaarnopsteker omdat dat 'voorschrift' is)
Maar mijn favoriete hoofdstukje is die met de vos, omdat wat hij zegt ergens herkenbaar is.
Ergens in de verte hoor, maar toch..die vos weet waar hij over praat.
Hier een stuk van 't hoofdstuk 
En toen verscheen de vos.
'Goede morgen', zei de vos.
'Goede morgen', zei de kleine prins beleefd, en hij draaide zich om maar zag niets.
'Hier ben ik, onder de appelboom', zei de stem.
'Wie ben je?' vroeg het prinsje. 'Je bent beeldig.'
'Ik ben een vos', zei de vos.
'Kom met me spelen', stelde het prinsje voor, 'ik ben zo verdrietig...'
'Ik kan niet met je spelen', zei de vos. 'Ik ben niet tam.'
'O, pardon', zei de kleine prins. Maar bij nader inzien vroeg hij: 'Wat is dat 'tam'?'
'Jij komt niet uit deze buurt', zei de vos, 'wat zoek je hier?'
'Ik zoek de mensen', zei het prinsje. 'Wat betekent 'tam'?'
'De mensen', zei de vos, 'hebben geweren en ze jagen. Dat is erg lastig! Ze houden ook kippen. Dat is hun enige nut. Zoek je kippen?'
'Nee', zei het prinsje. 'Ik zoek vrienden. Wat betekent 'tam'?'
'Dat is maar al te zeer een vergeten woord', zei de vos. 'Het betekent 'verbonden'.'
'Verbonden?...'
'Ja zeker', zei de vos. 'Jij bent voor mij maar een klein jongetje als alle andere kleine jongetjes. En ik heb je niet nodig. Ik ben voor jou een vos als alle andere vossen. Maar als je me tam maakt, dan zullen we elkaar nodig hebben. Dan ben je voor mij enig op de wereld en ben ik voor jou enig op de wereld...'
'Ik begin het te begrijpen', zei de kleine prins. 'Er is een bloem... die mij geloof ik tam heeft gemaakt...'
'Dat is best mogelijk', zei de vos. 'Men ziet van alles op de aarde...'
'O, maar dit is niet op de aarde.'
De vos keek erg nieuwsgierig: 'Op een andere planeet?'
- Ja.
- Zijn daar ook jagers, op die planeet?
- Nee.
- Dat is geweldig! En kippen?
- Nee.
'Niets is volmaakt', zuchtte de vos. Maar de vos ging door met zijn uitlegging: 'Mijn leven is eentonig. Ik jaag kippen en de mensen jagen mij. Alle kippen lijken op elkaar en alle mensen lijken op elkaar. Dus verveel ik me wel een beetje. Maar als jij me tam maakt, dan wordt mijn leven vol zon. Dan ken ik voetstappen, die van alle andere verschillen. Voor andere voetstappen kruip ik weg onder de grond, maar jouw stap zal me juist uit mijn hol roepen, als muziek. En kijk eens! Zie je daar de korenvelden? Nu eet ik geen brood. Ik heb niets aan koren en korenvelden zeggen me niets dat is heel verdrietig. Maar jij hebt goudkleurig haar. Dan zal het heerlijk zijn als je me tam gemaakt hebt! Door het goudkleurige koren zal ik aan jou moeten denken. En ik zal het geluid van de wind in het koren mooi vinden...' De vos werd stil en keek het prinsje lang aan: 'Alsjeblieft... wil je me tam maken?' zei hij.
'Ja dat wil ik wel', antwoordde de kleine prins, 'maar veel tijd heb ik niet. Ik moet vrienden
ontdekken allerlei dingen leren kennen.'
'Alleen de dingen die je tam maakt, leer je kennen', zei de vos. 'De mensen hebben geen tijd meer iets te leren kennen. Ze kopen dingen klaar in winkels. Maar doordat er geen winkels zijn die vrienden verkopen, hebben de mensen geen vrienden meer. Als je een vriend wilt, maak mij dan tam!'
'Wat moet ik dan doen?' zei het prinsje.
'Je moet véél geduld hebben', antwoordde de vos. 'Kijk, je gaat eerst een eindje van me af in het gras zitten. Ik bekijk je eens tersluiks en jij zegt niets. Woorden geven maar misverstand. Maar je kunt iedere dag een beetje dichterbij komen zitten...'
De volgende dag kwam het prinsje terug.
'Je had beter op dezelfde tijd kunnen komen', zei de vos. 'Als je bijvoorbeeld om vier uur 's middags komt, begin ik om drie uur al gelukkig te worden. Hoe later het wordt, des te gelukkiger voel ik me. En om vier uur word ik al onrustig;zo zal ik de waarde van het geluk leren kennen! Maar als je op een willekeurige tijd komt, dan weet ik nooit hoe laat ik mijn hart klaar moet maken... Riten moeten er zijn.'
'Wat is een rite?' zei de kleine prins.
'Dat is ook een vergeten begrip', zei de vos. 'Een rite maakt dat de ene dag verschilt van alle andere dagen, het ene uur van alle andere uren. Mijn jagers hebben bijvoorbeeld een rite. Op donderdag dansen zij met de meisjes uit het dorp. Donderdag is een heerlijke dag! Dan kan ik gaan wandelen tot aan de wijnbergen. Als de jagers op willekeurige dagen dansten, zouden alle dagen gelijk zijn en ik zou nooit vrij hebben.'
Zo maakte de kleine prins de vos tam, en het uur van vertrek naderde.
'Ach', zei de vos,... 'ik zal huilen.'
''t Is je eigen schuld', zei de kleine prins, 'ik wenste je niets kwaads toe maar jij wilde dat ik je tam zou maken.'
'Ja zeker', zei de vos. 'En nu moet je huilen', zei de kleine prins.
'Ja zeker', zei de vos.
'Dus daar win je niets bij!'
'Ik win er wel bij', zei de vos, 'wegens de kleur van het korenveld.'